Fan van SC Cambuur
Nieuws

Het slotwoord van de Stem van Cambuur

Het was voorbestemd! Hoewel Rein de Vries zichzelf geen gelovig mens noemt, begon hij op deze stormachtige zondagmiddag toch te twijfelen aan zijn overtuiging. Het lijkt erop dat er toch iets van een hogere macht in het spel is.

Tijdens de rust van de wedstrijd tussen SC Cambuur en AZ denkt De Vries terug aan het moment waarop Ilyes Hamache vlak vóór de 41ste minuut de stand naar 2-1 bracht. Precies in die minuut liet het Cambuur-publiek hun waardering blijken voor De Vries, wiens pensioen nabij is. Het was een prachtig moment voor de man in kwestie. Langzaam verlaat hij de warme Omroepkamer die naar hem is vernoemd, klimt met wat hulp op een podium bij de tv-camera's, en zwaait dankbaar naar de tribunes. De ESPN-documentaireploeg legde elk detail vast van De Vries' laatste dag als omroeper, waarbij zijn ontroering zichtbaar maar net niet overliep in tranen.

Schermopname _942_

De Vries had eigenlijk liever niet al die aandacht gehad voor zijn afscheid. Toch werd er bij Cambuur, ondanks zijn bescheidenheid, uitgebreid stilgestaan bij het vertrek van de langstzittende omroeper in het betaalde voetbal. Al 41 jaar was hij de Stem van Cambuur, een vertrouwd geluid voor hele families die met zijn aankondigingen bij thuiswedstrijden zijn opgegroeid. Nu stopt het echter. Niet vanwege gezondheidsredenen, en zeker niet omdat Cambuur hem kwijt zou willen, maar omdat De Vries zelf vindt dat de tijd gekomen is. Hij wil vertrekken zonder dat mensen ooit twijfelen aan zijn scherpte. 'Zo'n situatie wil ik voorkomen, het is mooi geweest,' zegt hij.

 

Zondag had De Vries goede hoop om af te sluiten met een overwinning, maar Mexx Meerdink van AZ dacht daar anders over. Vlak voor tijd benutte hij een strafschop en dwarsboomde daarmee het ideale afscheid (2-2). Hoewel teleurgesteld, rolt De Vries naar de microfoon om voor de laatste keer de minuut en doelpuntenmaker om te roepen. Daarna daalt hij af naar het veld voor zijn huldiging. Direct na het laatste fluitsignaal ontvangt hij een ingelijst shirt, spreekt kort de aanwezigen toe en ontvangt opnieuw een overweldigend applaus. Zo komt er officieel een einde aan een buitengewoon tijdperk.

Of hij het gaat missen? De Vries denkt daarover na, een paar dagen voor zijn afscheid, terwijl hij op de bank zit in zijn appartement in de Leeuwardse wijk Camminghaburen. Zijn vrouw Appie heeft koffie gezet en zich naast hem gezet. Hoe was het voor haar, dat haar man decennialang bij elke thuiswedstrijd betrokken was bij Cambuur? "Tsja, daar ben ik wel aan gewend geraakt… Toen Rein in de zeventig was, beloofde hij te stoppen op zijn 75ste. Dat gebeurde niet. Het ging gewoon langzaam verder," zegt ze. De Vries, die zijn leeftijd liever niet onthult in interviews, beaamt dat. "Maar ik deed het uit liefde voor de club, hè? Wilde niet zomaar stoppen en tegen de mensen bij de club zeggen: Zoek het zelf maar uit, ik vertrek! Nee, dat moest natuurlijk wel in goed overleg gaan."

Schermopname _941_

 

De Vries heeft dat overleg eerder geprobeerd te voeren, maar zonder veel succes. "Drie jaar geleden gaf ik aan dat het echt tijd werd om over een opvolger na te denken. Toen werd er echter dringend gevraagd of ik toch nog mee wilde naar het Kooi Stadion. Ze wilden graag iets meenemen uit het oude stadion. Omdat de lichtmasten niet mee konden, kwamen ze bij mij terecht, vermoed ik." Het bekende stemgeluid van de Cambuur-icoon, enigszins hees en met een duidelijke Liwwadder tongval, zorgde ervoor dat veel supporters zich snel thuis voelden in hun nieuwe stadion.

 

In de loop der jaren heeft De Vries honderden thuiswedstrijden met informatie voorzien. Het precieze aantal weet hij niet; hij is niet iemand die dat soort statistieken obsessief bijhoudt. Zijn eerste wedstrijd kan hij zich ook niet meer herinneren. Maar hij herinnert zich wel de enige twee duels die hij in 41 jaar moest missen. "Het was in 1988, Sándor Popovics was trainer. Ik werkte op de administratie van de vliegbasis in Leeuwarden en af en toe was er een oefening in Goose Bay, aan de oostkust van Canada. Het leek me leuk om een keer mee te gaan, omdat ze nog iemand voor de kantine nodig hadden. Volgens het schema speelde Cambuur twee keer uit, dus ik ging mee. Maar plotseling werd het hele programma omgedraaid en speelde Cambuur twee thuiswedstrijden tegen DS en FC Eindhoven. Een gewonnen, een verloren. Per fax kreeg ik de uitslagen door, met daarbij: Rein, kom snel terug, want we hebben een omroeper die niet te verstaan is! Dat was flink balen. Verder heb ik nooit meer een wedstrijd gemist. Ik ben natuurlijk weleens ziek geweest, maar daar knapte ik in het weekend altijd wel van op. Dat heb ik van mijn vader," vertelt De Vries. Zijn vrouw knikt: "Reins vader had last van bronchitis en voelde zich vaak benauwd. Maar als het weekend naderde, riep hij door het huis: 'Ik voel me alweer een stuk beter!' En dan zat hij op zondag gewoon weer in het stadion."

Op het gezicht van De Vries siert een brede glimlach, terwijl hij terugdenkt aan de mooie herinneringen uit zijn jeugd. Die tijd bracht hij grotendeels door achter het sportpark van Cambuur, waar hij altijd met een bal bezig was. Als rechtsbinnen bij VV Leeuwarden, destijds eind jaren vijftig de grootste amateurclub van Nederland, liet hij zijn talenten zien. Hij herinnert zich: "Mijn specialiteit was het geven van passjes, net zoals Sandor van der Heide dat later bij Cambuur deed. Als ik serieuzer was geweest, had ik misschien verder kunnen komen. Maar toen werd ik verliefd op mijn buurmeisje" — hij wijst lachend naar zijn vrouw — "en kregen andere dingen de voorrang." Met een dikke knipoog voegt hij toe: "Anders woonden we misschien nu wel in Barcelona."

Na zijn dienstplicht speelde De Vries nog in een zaterdagmiddagteam bij VV Leeuwarden. In 1964 werd SC Cambuur opgericht, vlakbij zijn oude club. Al snel bezocht hij op zondag de wedstrijden daar, wat niet door iedereen gewaardeerd werd. "Een paar mensen bij VV Leeuwarden noemden me een overloper. Dat vond ik belachelijk — een hoop gedoe waar ik geen zin in had. Dus stopte ik maar met voetballen." Toch bleef zijn band met VV Leeuwarden bestaan, onder andere door twintig jaar te dienen als omroeper bij de club. "Uiteindelijk is alles goedgekomen hoor, maar vanaf het begin voelde ik me gewoon een echte Cambuur-man."

Dat gevoel is altijd gebleven. Als fanatieke supporter kwam De Vries vanzelf in contact met de club en pakte hij af en toe wat taakjes op. Zo organiseerde hij klaverjasavonden voor mede-supporters. Begin jaren zeventig vond hij zijn plek in de radiokamer van Cambuur. "Ik had destijds kort last van gezichtsverlamming, en kou vermijden was beter. Een oud-collega van mij, Anno Gersjes, werkte al in de radiokamer en vroeg of ik er ook bij wilde komen als derde persoon." Vanaf dat moment begon De Vries zich te ontfermen over de zogenaamde scoredienst: "Alle clubs waren aangesloten. Ik zat dan met een koptelefoon op en kreeg constant de tussenstanden door. Die gaf ik weer door aan de speaker, Jan Venema. Het was een leuk klusje en behoorlijk intensief — de enige manier om iedereen op de hoogte te houden."

Tegelijkertijd werd De Vries actief als speaker bij het tweede elftal en de A1. "Zo is het balletje gaan rollen." Hij had altijd al een fascinatie voor omroepen: "Vroeger improviseerde ik verslagen van bijvoorbeeld de Tour-de-France-finish op feestjes. Mensen vonden dat wel leuk, geloof ik." Lachend reflecteert hij: "Als ik opnieuw geboren zou worden met dezelfde aanleg, zou ik misschien wel verslaggever willen worden bij Radio 1. Maar ja, dan had ik wel eerder keuzes moeten maken." Zijn rol als speaker bij Cambuur ontstond echter toevallig: na het vertrek van Jan Venema halverwege de jaren tachtig, werd aanvankelijk een vrouw naar voren geschoven als volgende speaker. "Maar zij zegde steeds af voor belangrijke wedstrijden, waardoor ik mocht invallen. Uiteindelijk vroegen ze me of ik het niet vast wilde doen. Dat zag ik natuurlijk wel zitten."

Het was het begin van een indrukwekkende loopbaan. **41 jaar in dezelfde rol, dat zie je niet vaak**, erkent De Vries met een knik. Hij heeft veel meegemaakt: "Eigenlijk zou ik er een boek over kunnen schrijven." Een van de mooiste herinneringen blijft voor hem de wedstrijd Cambuur-Ajax in januari 1996. "Ajax was destijds net wereldkampioen geworden. Het was ijskoud, echt zo'n winter die tegenwoordig een Elfstedentocht had opgeleverd, en we versloegen ze met 2-0." Een andere gedenkwaardige wedstrijd speelde zich af in het seizoen 1986/87 tegen DS. "Er was kermis op het plein voor het stadion, en ook op het veld leek het kermis: 6-5, wat een spektakelstuk! Zulke uitslagen zie je nu bijna nooit meer."

Maar het waren niet altijd hoogtepunten; er waren ook flinke dieptepunten. "Meer teleurstellingen dan feestjes, eerlijk gezegd," geeft hij grif toe. Hij haalt met zichtbare ergernis de play-offwedstrijd tegen FC Dordrecht aan. "We wonnen uit met 1-4 en stonden thuis met 1-0 voor. En dan, geen idee wat er in onze thee zat in de rust, maar het leek wel of we verdoofd waren. Dordrecht zette ons met 1-4 op onze plek en won uiteindelijk na penalty's. Dat wás toch niet te geloven? Ik was zó kwaad dat ik er twee weken ziek van heb gelegen. Gelukkig begon toen de zomerstop, want als we een week later nog hadden moeten spelen, was ik niet op komen dagen." Zijn vrouw grijnst en schudt zachtjes haar hoofd. "Mwoah, dat denk ik niet, hoor..."

Met een brede grijns kijkt De Vries terug. De beste speler die ooit voor Cambuur uitkwam? Daar hoeft hij niet lang over na te denken: "Johan Wieringa. Een enorm talent, maar een eigengereid mannetje dat niks moest hebben van autoriteit. Overdag hing hij vaak in de kroeg—waar ik als jonge jongen trouwens ook weleens zat te dobbelen. Cambuur trainde altijd om vier uur ’s middags en om kwart voor vier zei ik steevast tegen hem: 'Moet jij niet naar de club?' Dan sprong hij achter op mijn brommer en zo bracht ik hem nét op tijd." De Vries grinnikt om de herinnering: "Dat kun je je nu toch niet meer indenken? Maar voetballen kon die jongen als geen ander… Hij is trouwens de enige speler van Cambuur ooit die in de voorselectie van Oranje heeft gezeten, en dat terwijl we toen nog in de Tweede Divisie zaten!"

Toch werd Wieringa, tot verbazing van sommigen, in 2007 niet gekozen als beste speler ooit van Cambuur tijdens een reünie; deze eer ging naar Jaap Stam. Daar kan De Vries begrip voor opbrengen: "Niet veel mensen hebben Wieringa zien spelen." Bovendien had hij zelf leuke herinneringen met Stam: "Jaap moest zijn dienstplicht vervullen op de vliegbasis in Leeuwarden. Daar organiseerden we vaak voetvolleytoernooien. Mijn vaste partner was toen net gestopt, dus ik vroeg Jaap meteen of hij mee wilde doen. We vormden een aardig duo." Met een zekere trots haalt hij een zilveren prijs tevoorschijn: "We werden tweede! In de finale stonden we met 5-0 voor tegen twee kaatsers—ken je die? Die kunnen vreselijk lopen zeiken. Uiteindelijk hebben ze me helemaal uit mijn spel gehaald en verloren we alsnog." Lachend voegt hij eraan toe dat Stam, normaal gesproken een beroerde verliezer, zich sportief opstelde: "Later heeft hij zelfs zijn handtekening gezet op deze trofee."

De ene anekdote na de andere rolt eruit. Over een avond in een casino samen met een sponsor. Over een papegaai op vakantie die spontaan begon te fluiten op de klassiekers van De Kast. En over de zogenaamde mistwedstrijd waarin FC Volendam blijkbaar de beslissende goal maakte zonder dat De Vries het doorhad door het slechte zicht. Maar misschien wel zijn favoriete anekdote betreft Fred Grim: "Beste keeper die Cambuur ooit heeft gehad. Top kerel, maar hij hield z’n centen goed bij zich. Ik daagde hem uit: vijf penalty’s, als ik er drie scoorde gaf hij me een krat bier. De eerste miste ik meteen, lekker dan, maar daarna scoorde ik er twee achter elkaar. De vierde pakte Fred nog knap, dus alles hing af van die laatste penalty. zo'n penalty heb ik nooit meer genomen. Strak in de winkelhaak, de bal bleef achter die stang hangen. Beter kan niet. Gelukkig waren er twintig mensen aan het kijken, dus ik heb getuigen. En Fred maar balen, want het kostte hem een kissie bier. Haha! Ja, dat zijn natuurlijk leuke dingen.'

Schermopname _940_

Vytautas Andriuškevičius
Hij heeft zich voorgenomen om alle mooie momenten mee te nemen, zelfs tot in het graf. Maar, zo benadrukt De Vries, ook de mindere momenten horen daarbij, want het was bij Cambuur niet altijd alleen maar plezier en succes. Zo herinnert hij zich een incident waarbij hij boos naar huis fietste nog vóórdat een wedstrijd begon. Een onbekende man had hem toen de toegang tot de computer ontzegd, waardoor hij de opstellingen niet kon uitwerken. Terwijl hij nog onderweg was, kreeg zijn vrouw al een telefoontje met de vraag waar de speaker bleef. Even later stormde hij kwaad de woonkamer binnen. "Uiteindelijk ben ik toch overgehaald om terug te gaan," vertelt De Vries. "Maar ik heb er toen flink mijn beklag over gedaan. Als ik mijn werk niet kan doen, dan hoeft het voor mij niet meer! Gelukkig kreeg ik gelijk. Die man achter die computer vertrok een of twee weken later alweer."

 

Inmiddels kan De Vries hier hartelijk om lachen. "Joh, er gebeurt altijd wel wat bij Cambuur; er gaat nooit alles vlekkeloos. Vooral met de apparatuur stuitten we vaak op gedoe. In het oude stadion hing alles met losse draadjes aan elkaar. Ik herinner me een keer dat Rommy, een lokale zanger die veel te jong is overleden, optrad op de middenstip. Hij zou gaan playbacken, maar net toen hij wilde beginnen viel de cd-speler uit. Sta je daar mooi... Uiteindelijk moest ik maar omroepen dat het optreden vanwege een technische storing niet door kon gaan. Achteraf heb ik de penningmeester meteen voorgesteld om niet één, maar twee nieuwe cd-spelers aan te schaffen. Voor als er weer eentje kapot zou gaan. En zo stonden er vanaf dat moment altijd twee cd-spelers in het hok."

Muziek regelen bleek sowieso geen favoriete taak van De Vries. "Bij Ajax draaiden ze in de jaren negentig tijdens Champions League-wedstrijden André Rieu; iedereen stond daar met vlaggetjes mee te zwaaien. Ik probeerde het hier ook eens, nou, dat werd niks – meteen overal kritiek. Muziek is ook gewoon lastig. De jongere supporters willen alleen maar hardstyle horen, terwijl de oudere garde daar niets mee heeft. Dan dacht ik: draai gewoon Jannes, daar wordt toch iedereen vrolijk van? Gelukkig kwam er in het nieuwe stadion een discjockey bij en hoefde ik me daar niet meer druk om te maken."

Door de jaren heen zag hij zijn vak in meerdere opzichten veranderen, en in bepaalde opzichten werd het er niet makkelijker op. De vele wisselmomenten van tegenwoordig en de steeds complexere spelersnamen waren bijvoorbeeld flinke uitdagingen voor De Vries. Een van de lastigste namen ooit in het Nederlandse voetbal verscheen zelfs twee seizoenen lang op Cambuurs opstelling: "Vytautas Andriuskevicius," zegt hij nu zonder moeite. "Het is een kwestie van goed analyseren en een paar keer oefenen, dan lukt het wel." Toch bleef het wel eens lastig, zoals afgelopen zomer, toen ze oefenden tegen Griekenland. "Die hadden een reservekeeper, en zijn naam was zo’n dertig letters lang! Dat was wel even slikken." Maar natuurlijk gaf De Vries zich ook toen niet gewonnen en sprak met dezelfde precisie ook de naam van Athanasios Papathanasiou-Gerofokas volledig en correct uit.

Tim van der Meulen neemt vanaf nu dit soort uitdagingen over bij Cambuur. Deze man van eind dertig, die zelfs nog niet geboren was toen De Vries in 1985 begon met omroepen, heeft als winnaar van The Voice of Cambuur de rol van opvolger van de Stem van Cambuur op zich genomen. Hij zal De Vries nog vaak tegenkomen. "Want ik blijf natuurlijk naar alle wedstrijden van Cambuur gaan. Wat denk je nou!", zegt de trouwe supporter, die alle uitwedstrijden van zijn favoriete ploeg liever thuis op televisie volgt vanwege de spanning. Als erelid is hij altijd welkom en blijft hij voorlopig gezellig in de radiokamer komen. Samen met de vaste groep mensen om hem heen volgt hij de wedstrijden en mopperen ze samen wanneer het niet goed gaat. Want dat hoort ook bij Cambuur, nietwaar? Vloeken, klagen en roepen dat je nooit meer gaat, om vervolgens twee weken later weer met z'n allen in het stadion te zitten. Wat een prachtclub, heerlijk volks en rauw, daar houd ik van. Ik ben blij dat ik hier zolang als speaker heb kunnen werken. Maar je moet ook weten wanneer het tijd is om te stoppen, vind ik. Dat moment is nu gekomen. En ik kijk met veel voldoening terug op een ongelooflijk mooie tijd.

Bron: VI PRO, Bart Kruijt