Fan van SC Cambuur
Nieuws

Interview Lars Lambooij

Bron: VI PRO

Lars Lambooij (37) fungeert sinds 2024 als de technische manager van Cambuur. De Brabander, opgeleid als middenvelder bij Willem II, was professioneel voetballer bij Veendam en Go Ahead Eagles, was hoofdscout bij Go Ahead Eagles en RKC Waalwijk voordat hij in Leeuwarden de leiding over de technische staf overnam. De Brabander heeft de voorkeur om op de achtergrond te opereren. Nu de promotie is gerealiseerd, is er volop reden voor een gesprek met de architect van het succes.

Was je de tijd al aan het aftellen Lars?
‘Het zag er wel naar uit dat het niet meer mis kon gaan natuurlijk. Dan hunker je naar het moment dat het zeker is. We zijn uiteraard al zaken aan het voorbereiden voor volgend seizoen. Scenario B heb ik zo lang mogelijk weggeschoven, ik heb vooral op scenario A gefocust. Gedurende de competitie hebben we het de goede kant op zien gaan. Qua ontwikkeling van spelers en qua speelwijze. De start na de winterstop was lekker, ondanks dat we weinig wedstrijden speelden wegens de vrieskou in het noorden. Het was even zoeken naar een ritme en naar hoe en waar te trainen, maar we zijn er uitstekend doorheen gekomen. Als het goed gaat, hoor je niemand klagen uiteraard.’

Welke verwachtingen waren er voor de start van het seizoen?
‘Met zo’n budget en zo’n club moest dat topvijf zijn. De ambitie was promoveren, maar de doelstelling was topvijf. In de voorbereiding denk je altijd te weten waar je staat, maar het is zo moeilijk te voorspellen. Heracles had de beste voorbereiding ooit, geloof ik, kijk wat dat waard is. Wij begonnen dramatisch in de voorbereiding. We wisten bij de start niet waar we stonden. Daar komt de spanning vandaan. We hadden ook nog een valse start tegen Dordrecht. Langzaam ging het beter. Er kwamen spelers bij. Dat is inherent aan de markt en de window zoals hij is. Je selectie is niet klaar als je voorbereiding begint. Wij moesten jonge jongens die een lang seizoen hadden gehad mee laten trainen. Een goede jeugd- opleiding hebben is een voordeel, maar zij moesten er staan, terwijl ze nauwelijks vakantie hadden gehad.’

Wat is de voornaamste factor voor een technisch manager in die tijd?
‘Realistisch blijven en geduld hebben. Dat is moeilijk, zeker voor een trainer. Ik heb inmiddels vaak genoeg windows gedraaid om te durven wachten. Op spelers, op clubs, op ontwikkelingen. Als het goed is, is het goed. Als ik overtuigd ben, ga ik niet wachten om het wachten. Het is een ervaringsvak. Je gaat dingen herkennen. Weten wat er nog vrij komt. Met je staf bespreek je de verwachtingen en bepaal je wat je wilt. Dat dát niet direct lukt, daar moet je niet zenuwachtig van worden. Er mag best druk en spanning op komen te staan. Ik ben altijd ervan overtuigd dat het goed komt. Ik weiger te handelen als ik nog twijfel.’

Als scout hebt u de transferwindows voornamelijk ervaren. Niet in de rol van technisch manager.
‘Klopt, daar heb ik veel van geleerd. Ik wilde eerst het scoutingsvak leren. Dat vond ik een logische stap. Het was een bewuste keuze om dat eerst te doen. De achtergrond in kaart hebben, hoe werkt het proces, hoe stel je een selectie samen? Visie en speelwijze moeten eerst duidelijk zijn, het moet geen hapsnapbeleid zijn. Het is heel belangrijk om dat vast te leggen. Het moet niet van mij of een netwerk afhangen. Ik heb dat in totaal vijf jaar gedaan. Die termijn was niet bedacht, wel dat ik de richting van technisch manager op wilde gaan. Na drie jaar was misschien te vroeg geweest, na vier jaar had gekund. Je hebt gewoon echt ervaring nodig met hoe de markt werkt.’

Hoe verloopt het maken van een selectie bij jullie?
‘Goed kijken wat je mist. Uit andere culturen haal je spelers die je iets extra’s geven. Ichem Ferrah is daar een mooi voorbeeld van. Ferrah is brutaal, wil iedere bal hebben, dat wist ik. Wij hadden behalve Mark Diemers niet zulke spelers. We hadden nog zo’n type nodig. Iemand die iets teweegbrengt. Daar hebben we bewust naar gezocht. Hij komt uit een omgeving waar een andere mentaliteit heerst. Je moet er wel voor zorgen dat de kern Nederlands blijft. De Franse markt is interessant, anderen ontdekken dat ook. In Frankrijk is de tv-deal geklapt, er zijn veel clubs met financiële problemen in de Ligue 2 en in het Championnat. De profielen van de spelers passen hier heel goed. Daar moet je gebruik van maken als club. Een type als Ferrah sneeuwt daar fysiek onder, in een aanvallende competitie als hier is het beter voor hem. We hebben een paar keer goed raak geschoten. Het gaat erom dat je de foutmarge moet verkleinen.’

Hoe maak je de foutmarge kleiner?
‘Er zijn zoveel factoren die eraan bijdragen of een speler ergens succesvol is. Als je het hele proces van a tot z doorloopt, ga je de foutmarge verkleinen. Wie ben je als club, wat wil je? Je moet een duidelijk verhaal hebben qua spelprincipes, profielen daarop aanpassen. En het samenstellen van een selectie betekent ook dat het karakterologisch moet kloppen. Je probeert spelers te doorgronden. Dat leer je door gesprekken te voeren. Dan ga je ook een keer de mist in, dat heb ik ook gehad. Het ging om een kwalitatief goede speler, maar ergens zei een stemmetje in mijn hoofd dat het hem niet was. Dat bleek ook.’

Het ziet er naar uit dat jullie de scouting goed op orde hebben?
‘We hebben daar flink wat veranderingen in aangebracht. Ruben de Jong is hoofdscout. Scouten is de basis, dat proces moet kloppen. In het begin wilde ik zelf de controle houden. Als het goed gaat, laat je het steeds meer los. Dat gaat nu steeds beter. Ferrah heb ik door hen laten doen. Het moeilijkste is dat het om momentopnames gaat. Je hebt beelden en data en dan ga je kijken. Het voorwerk is eigenlijk niet goed gedaan, als je dan nog wat opvalt. Maar soms zie je dingen niet terug. Een centrale verdediger uit Zweden hebben we uiteindelijk niet gehaald, omdat we dingen zagen die we niet uit data en beelden konden halen. Ik vind nog steeds dat het een combi is. De data worden steeds beter, om ze te kunnen interpreteren vooral. Welke elementen je gebruikt is heel club-specifiek. De afstemming wordt steeds beter. Het is leuk puzzelen. Spelers in linies bij elkaar zoeken bijvoorbeeld.’

Jullie beschikken over enkele Franstalige spelers. Is het essentieel om verschillende jongens te hebben die dezelfde taal beheersen?
‘Niet noodzakelijk, maar het helpt wel. Ik weet niet of ik het anders niet had gedaan, maar dat Ismael Baouf Frans spreekt was voor Ferrah heel handig. We hebben ook een teammanager met een Franse vrouw. Het helpt gewoon. We wilden bij RKC ooit een Japanse buitenspeler halen, maar die koos voor Sparta, omdat zij een Japanner in de staf hadden. Zo werkt het gewoon.’

Kun je inschatten hoe eredivisiewaardig jullie selectie nu is?
‘Daar spelen meerdere facetten een rol bij, ook data. Hoe ze het zouden kunnen gaan doen, kun je aflezen. Plus dat je de inschatting hebt van wat de staf vindt. Het aantal spelers met ervaring in de Eredivisie zegt wat, maar daar hebben wij er niet veel van. Onbevangen de Eredivisie ingaan is goed, denk ik. Als je spelers hebt die degradatievoetbal hebben gespeeld, is dat hun mindset. Dat zou ik een leuk onderzoek vinden. Hoe onbevangen ben je daardoor in het begin? Bij RKC stelden we ook een Eredivisie-selectie samen, maar dat kun je moeilijk vergelijken. Cambuur is groter, heeft betere budgetten en moet hogere ogen kunnen gooien.’

Welke impact heeft promotie op het budget?
‘Dat zijn ze nu aan het uitrekenen, maar dat het omhoog moet is duidelijk. Anders is het risico te groot dat we er weer snel uit gaan. Kijk naar het stadion, dat zit nu al vol. Dan moet je daar een budgetwaardig vervolg aan geven. Men roept dat we met dit stadion Europa in kunnen. Dat kan, maar wel stapje voor stapje. We moeten de financiën in de gaten houden. Niet te grote stappen nemen. Het gaat niet alleen om budget, ook om de organisatie en de staf. Beter werken en betere processen hebben dan je concurrenten. Als we spelers verkopen, moeten de volgende klaar staan. Wij zijn niet bang om spelers te verkopen.’

Moeten jullie ook spelers verkopen?
‘Niks moet, maar voor iedere club in Nederland is dat het verdienmodel. Dat is ook helemaal geen probleem. We willen een mooie plus maken. Daarom moeten we ook blijven investeren. Vooraf al dingen doen in plaats van afwachten, spelers eerder halen zoals we dat nu ook hebben gedaan. Oscar Sjöstrand was er al toen Benjamin Pauwels nog moest gaan. Nu hebben we Sjöstrand aan Malmö FF verkocht en staat Fabian Kvam al klaar. Het samenwerken met zaakwaarnemers hoort bij het vak. De regelgeving bepaalt hun positie in de markt. Daar kun je je tegen verzetten, maar je kunt ook zorgen voor een win-win-winsituatie. Het is geven en nemen. Als je alleen maar neemt, dan werkt dat niet. Dit is een prachtige transfer voor zowel Oscar als SC Cambuur. Daar staan we als club voor: getalenteerde spelers aantrekken, opleiden en vervolgens de volgende stap in hun carrière laten maken. Je moet meewerken als die kans komt. Je moet je positie in de markt kennen.’

Jullie rol verandert nu jullie een Eredivisie-club zijn.
‘Op de iets langere termijn wel, denk ik. Het gaat erom welke stappen je kunt zetten. Dat heeft te maken met je financiële positie. Dan kun je uiteindelijk in een rijtje komen met clubs die tussen plek 8 en 12 staan. Wij kijken naar clubs als Union Sint-Gillis, Hearts, Mjällby en Como, maar daar zit iets meer geld. Bij die clubs is het ook de investering die ze hebben gedaan in de organisatie en de processen. Op de td-cursus hebben we bezoek gehad van de td van Union. Die legde uit dat data een groot onderdeel zijn, vooral het interpreteren daarvan. Je moet je eigen identiteit bepalen. De uitschieters opsporen, daar zoeken we naar en dan kijken of ze een match zijn. Een bepaald type winger, die op verschillende manieren dreiging heeft in ons geval. Je moet ook kijken naar waar je een speler naartoe wilt verkopen. Wat willen clubs met geld voor spelers? Het moet niet alleen goed zijn voor jou, maar ook om te verkopen. Union speelt met twee spitsen, omdat zij weten dat spitsen het meest opleveren. Daar kun je duidelijke keuzes in maken.’
156259-scaled

Spelers huren is dat belangrijk voor jullie?
‘Ja, de grotere talenten zitten bij de grotere clubs. Het is onmogelijk voor ons die zelf te kopen, Goede relaties met clubs opbouwen is daarom belangrijk. Goed terugkoppelen naar clubs, zodat zij je zien als goede partner. Wij staan er goed op bij Manchester City. Als het werkt, zullen zij meer geneigd zijn mee te denken. Dat we nu op het hoogste niveau gaan spelen, biedt meer mogelijkheden. City deelt gewoon in op A B C en D. Honderd procent dat we een stap maken op die ladder. Zij verdienen geld met die spelers, die zien ze liever in de Eredivisie spelen. Het is zaak met een paar clubs in verschillende landen samen te werken. Niet met te veel, het is onmogelijk om met veel clubs heel goed te zijn.’

Elk jaar is het verloop bij Nederlandse clubs ontzettend hoog. Hoe bekijkt u dat?
‘Dat is inherent aan ons land. Aan de positie van de clubs en de competitie. We moeten heel erg oppassen welke kant we opgaan. De positie die we innemen in Europa wordt er niet beter op. Daar moeten we heel kritisch naar kijken. Je kunt er heus wel iets aan doen. Kijk naar Bodø/Glimt in Noorwegen, het kan wel. Het heeft niet alleen met geld te maken, maar ook met hoe je het verdeelt en hoe je je organisatie inricht. Hoe kun je succesvol zijn? Ik denk in een organisatie waarin een kleine groep mensen veel beslissingen neemt. Korte lijntjes hebben. Als ik om mij heen hoor hoe dat soms elders gaat, dan heb je daar wel vraagtekens bij.’

Het technisch directeurschap is toch een uitgebreid beroep, nietwaar?
‘Daarom zie je ook dat clubs de functie opknippen. Wat op zich wel logisch is. Het mag niet zo zijn dat als één persoon vertrekt, dat het dan weer anders gaat. Dat wil je als club ook niet. Ik ben nu bezig met de vervolgcursus td van de KNVB. Wat goed is aan die cursus, is dat we een inkijkje kregen in hoe buitenlandse clubs het doen. En met conculega’s sparren werkt ook goed. Alles blijft intern, we zijn erg open naar elkaar. Dat moet ook, anders slaagt zo’n cursus niet. Het niveau moet omhoog, het is goed om naar de kwaliteit te kijken als het om functies aan de bovenkant van een organisatie gaat. Dat daar aandacht voor is, is juist goed.’

Zal de rol van technische man veranderen nu Cambuur in de Eredivisie zal spelen?
‘Het blijft hetzelfde spelletje dat je speelt. Je komt in een iets andere markt terecht, met spelers met iets hogere profielen, maar het proces blijft hetzelfde. Maar ik ga geen heel andere dingen doen, het beleid en de speelwijze veranderen niet. We moeten goed kijken naar onze jonge spelers. Verhuren aan een KKD-club kan een optie zijn. Verhuren met voorwaarden in een contract. Het gaat uiteindelijk om speeltijd en een platform hebben. We hebben nog wat aflopende contracten en opties waar we in deze periode over moeten beslissen. Dat hangt samen met de promotie. Van spelers die het net niet aankunnen, moet je soms afscheid nemen. Dat vind ik wel een vervelend onderdeel van het vak. Dat is ook goed, het betekent dat je geeft om mensen. Maar doorselecteren hoort er wel bij. Dan moet je ook mensen teleurstellen. Kijk, nu gaat het goed, maar ooit kan ik ook op mijn bek gaan.’

Voelde u het verlangen bij de club en in de stad?
‘Ja, in alles zie je de opbouw die erin zit. Daarom was het voor mij ook een goed instapmoment bij Cambuur. Het moest een keer gebeuren, het kon alleen maar positief uitpakken. De ambities spraken voor zich, het stadion is niet heel zuinig neergezet natuurlijk. Dat is een bewuste keuze, ze wilden het niet half doen. Het geeft ons straks een voorsprong, daar gaan we profijt van hebben.’

Was u klaar voor het vertrek van Henk de Jong als hoofdtrainer?
‘Natuurlijk. Het is jammer, maar we respecteren zijn besluit uiteraard. Ik voer door het jaar heen meerdere gesprekken met andere trainers. Het scouten van trainers is cruciaal omdat dit de belangrijkste persoon is binnen je voetbalorganisatie. Henk had ook nog een keer een stap kunnen maken of had weggehaald kunnen worden door een club. Dan kan het niet zo zijn dat ik niet voorbereid ben, toch? De komende periode gaan we ons buigen over de opvolging van Henk.’

Nu eerst genieten van het prachtige succes van de promotie.
‘Dat moeten we niet vergeten. Het gaat altijd maar door. We zijn alweer aan het vooruitkijken. We mogen best even stilstaan bij het succes, beseffen wat er hier gebeurd is. Het is ongekend in deze tijd wat we hebben neergezet met het stadion. Dat kan tegenwoordig helemaal niet. Daarom hebben we nu ook een voorsprong op de rest. Die moeten we gaan benutten.’